| "Nonkel Gaston is dood!!" van Luk Gijsbrechts op 31 maart, 1 & 7 & 8 april 2000. |
![]() |
![]() |
Nonkel Gaston is dood. De begrafenis met daarbijhorende koffietafel is zoals dikwijls de gelegenheid bij uitstek om de familie, al of niet uitgebreid met vrienden, nog eens bij elkaar te brengen. Zo ook bij de familie van Nonkel Gaston. We zien een bont allegaartje bijeen: moeder, die de helft van de tijd niet beseft waar ze is. Zus, die gedurende jaren haar jeugd is voorbij gelopen en altijd is thuisgebleven. De oudste zoon die een geslaagde managerscarriere heeft uitgebouwd en die als waardige opvolger op zijn vader de begrafenis piekfijn heeft geregeld. De jongste zoon, weggelopen uit het beklemmende sfeertje van een klein burgerlijk gezin. Nonkel, de geslaagde matrassen-fabrikant Tante die haar tranen niet de baas kan en tenslotte het kunstenaarskoppel Karel en Anette die van Gaston de toelating hadden om in de garage een atelier op te zetten. Het samenzijn, de opeenvolgende gebeurtenissen, het geklungel van de begrafenisondernemer en de zaaluitbater en de bij de koffietafel horende drankjes zijn er de oorzaak van dat bij iedereen een aantal onderliggende emoties en kleine kantjes naar boven komen. Dit alles leidt uiteindelijk tot een paar prettige en minder-prettige konfrontaties tussen de aanwezigen. Lachwekkend herkenbaar en tergelijkertijd zo diep ontroerend dat het je zeker niet onberoerd laat. |
![]() |
|
|